Juridische argumentatie voor studenten

De rol van defeasible redenering in juridische toetsen en tentamens

Jaap Hage Jaap Hage
· · 7 min leestijd

Ken je dat gevoel? Je bent lekker aan het studeren voor een juridisch tentamen.

Inhoudsopgave
  1. Wat is defeasible redenering eigenlijk?
  2. Defeasible redenering in juridische toetsen
  3. Defeasible redenering in de juridische praktijk
  4. De uitdagingen voor juridisch onderwijs
  5. Conclusie: Denken in nuances

Je hebt de regels uit je hoofd geleerd, je kent de artikelen uit het Burgerlijk Wetboek en je bent klaar om te scoren.

Maar dan krijg je een casus die niet perfect in een hokje past. De feiten zijn een beetje vaag, of er is een nieuwe ontwikkeling die je niet had zien aankomen. In plaats van een simpel ja of nee, moet je nu opeens een afweging maken.

Dit is waar de meeste studenten vastlopen, maar het is ook precies waar het echte juridische werk begint. Hier komt namelijk defeasible redenering om de hoek kijken.

Het klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk heel logisch: het vermogen om je conclusies aan te passen zodra er nieuwe informatie opduikt. Laten dit eens helder uitleggen, zonder ingewikkelde jargon.

Wat is defeasible redenering eigenlijk?

Om defeasible redenering te begrijpen, moeten we even kijken naar hoe we normaal denken.

In de klassieke logica, zoals bij Aristoteles, draait alles om zekerheid. Als je zegt: "Alle auto’s hebben vier wielen" en "Dit is een auto", dan is de conclusie "Deze auto heeft vier wielen" logisch waterdicht. Dat heet deductieve redenering. Het is zwart-wit.

Als de premisse klopt, móét de conclusie kloppen. Maar de juridische wereld is zelden zo zwart-wit.

Defeasible redenering (of afleidbare redenering) werkt anders. Het gaat uit van de beste beschikbare informatie op dit moment.

Je trekt een conclusie, maar die conclusie is niet in steen gebeiteld. Het is meer een voorlopig oordeel. Als er later bewijs komt dat je aanname ondermijnt, trek je de conclusie in en pas je hem aan. Het is een manier van denken die rekening houdt met onzekerheid en complexiteit.

In plaats van te zoeken naar een absolute waarheid, zoekt het naar de meest redelijke uitkomst op basis van wat we nu weten. Stel je voor: je ziet een man met een paraplu op straat lopen bij helder weer.

Het verschil met 'harde' logica

Je conclusie is misschien: "Die man houdt niet van nat worden." Dat is een defeasible conclusie. Het is waarschijnlijk waar, maar niet zeker. Misschien heeft hij de paraplu wel bij zich voor later, of is hij hem vergeten op te vouwen.

Als je hem later ziet de paraplu gebruiken als bescherming tegen de zon, pas je je conclusie aan.

In de logica van een computer of een wiskundig bewijs werkt dit niet; daar is een conclusie pas definitief als alle stappen kloppen. In het recht werkt het bijna nooit zo.

Defeasible redenering in juridische toetsen

Veel juridische tentamens zijn nog steeds ingericht op deductieve logica. Studenten krijgen een casus en moeten een regel toepassen op de feiten, waarbij de focus verschilt per juridische argumentatiemethoden aan Nederlandse universiteiten.

Als je de feiten en de regel kent, volgt de conclusie bijna automatisch. Dit is makkelijk te toetsen met meerkeuzevragen of korte antwoorden. Maar het leert je niet om juridisch te denken.

Tegenwoordig zien we een verschuiving naar scenario-gebaseerde toetsen. Hier komt defeasible redenering pas echt tot leven.

Waarom dit belangrijk is voor je studie

Je krijgt een casus waarbij de feiten niet compleet zijn of waarbij meerdere interpretaties mogelijk zijn.

Je moet niet alleen de juiste regel vinden, maar ook uitleggen waarom die regel van toepassing is, ondanks mogelijke tegenargumenten. Stel je voor dat je een tentamen hebt over contractrecht. De casus gaat over een overeenkomst die is geschonden. Een deductieve student zegt: "De overeenkomst is geldig, dus de schadevergoeding is verschuldigd." Een student die defeasible redeneert, zegt: "De overeenkomst is geldig, maar er zijn omstandigheden die de schuldenaar mogelijk rechtvaardigen.

Misschien was er sprake van overmacht of een onvoorziene gebeurtenis die de verplichting opschort." In moderne toetsen, zoals die op universiteiten of bij de LOI, wordt steeds vaker gevraagd om deze nuance.

Je krijgt geen punten voor het simpelweg noemen van een wetsartikel. Je krijgt punten voor het laten zien dat je begrijpt dat de waarheid afhankelijk is van de context. Je moet kunnen aantonen dat je je conclusie kunt verdedigen, maar ook dat je weet wanneer je die moet laten vallen.

Defeasible redenering in de juridische praktijk

Als je eenmaal aan het werk bent als jurist of advocaat, is defeasible redenering je dagelijkse kost. In de rechtszaal draait het bijna nooit om absolute zekerheid, maar om waarschijnlijkheid en overtuiging.

De rol van bewijs en getuigen

Een goed voorbeeld is het gebruik van getuigenverklaringen. Stel, een getuige zegt dat hij de verdachte heeft zien vluchten.

Op basis daarvan bouw je een verhaal. Maar dan komt er tegenbewijs: de getuige had geen bril op en had een motief om te liegen. Je oorspronkelijke conclusie (de verdachte is schuldig) is nu "verslagen" of defeasible.

Je moet je theorie aanpassen aan de nieuwe feiten. Een goede rechter of advocaat doet dit voortdurend.

Ze houden rekening met de sterkte van hun argumenten en weten wanneer ze moeten bijsturen. Denk ook aan expertgetuigen. Een expert kan een technisch rapport indienen, maar een tegenpartij kan de methodologie van die expert onderuit halen. De rechter moet dan beslissen: accepteer ik de conclusie van de expert, of trek ik deze in omdat het tegenbewijs sterker is?

Precedenten en de dynamiek van het recht

Dit proces van evalueren en herzien is het hart van defeasible redenering.

Ook het werken met precedenten is een vorm van defeasible redenering. Rechters bouwen voort op eerdere uitspraken (stare decisis), maar ze zijn niet blind. Als een oude uitspraak niet meer past bij de huidige maatschappij of als de argumentatie zwak was, kan een rechter die uitspraak "intrekken" of buiten werking stellen. Het recht is geen statisch geheel, maar een levendig systeem dat zich aanpast zodra er nieuwe argumenten of inzichten komen.

De uitdagingen voor juridisch onderwijs

Het integreren van defeasible redenering in het onderwijs is makkelijker gezegd dan gedaan. Veel docenten zijn opgeleid in een tijd waarin deductieve logica koning was. Het is dan ook een uitdaging om toetsen te ontwerpen die dit denken echt meten.

Traditionele toetsmethoden, zoals multiple-choice of het stampen van artikelen, schieten hier tekort.

Hoe we dit kunnen verbeteren

Ze testen feitenkennis, maar niet het vermogen om te redeneren onder druk van nieuwe informatie. Om defeasible redenering goed te toetsen, heb je scenario’s nodig die openheid bieden.

Je moet studenten de ruimte geven om te zeggen: "Het ligt eraan..." of "Dit klopt, mits..." Een goede manier om dit te oefenen is door middel van argumentatie-analyse. Studenten moeten leren om niet alleen hun eigen conclusie te formuleren, maar ook om de zwakke punten in hun eigen argument te vinden.

Het gaat erom dat je anticipeert op wat de tegenpartij gaat zeggen.

Bijvoorbeeld bij het Instituut voor Juridische Opleidingen of tijdens stages wordt hier steeds meer aandacht aan besteed. Daarnaast zijn debatcompetities en uitgebreide casusopdrachten ideaal. Hier moet je laten zien dat je de kwaliteit van een juridisch argument kunt beoordelen, opbouwen, verdedigen en – indien nodig – snel kunt afbreken als er nieuw bewijs komt. Het gaat niet alleen om de uitkomst, maar om de reis ernaartoe en de flexibiliteit om van pad te veranderen.

Conclusie: Denken in nuances

Defeasible redenering is misschien wel de belangrijkste vaardigheid voor de moderne jurist.

Het maakt ons los van het idee dat het recht een rekenmachine is waar je alleen maar getallen in hoeft te stoppen. In plaats daarvan laat het zien dat het recht een mensenwerk is, gebaseerd op interpretatie, context en de bereidheid om je mening te herzien. Voor studenten betekent dit dat je niet alleen moet leren wat de regels zijn, maar ook hoe je ze moet toepassen in een wereld die nooit zwart-wit is.

Het gaat erom dat je scherp blijft, altijd openstaat voor nieuwe informatie en niet bang bent om een conclusie in te trekken als die niet meer houdbaar is. Dat maakt je niet alleen een betere student, maar ook een betere jurist. En eerlijk gezegd: als je leert hoe je een juridisch advies opbouwt, maakt dat het vak ook een stuk leuker.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over Juridische argumentatie voor studenten

Bekijk alle 24 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe je een juridisch betoog schrijft dat logisch klopt en overtuigt
Lees verder →