De is-ought kloof in het recht

Is-ought en grondrechten: hoe mensenrechtenjuristen de kloof overbruggen

Jaap Hage Jaap Hage
· · 10 min leestijd

Stel je voor: je ziet iemand in nood op straat. Het feit dat die persoon lijdt (de ‘is’) betekent niet automatisch dat jij verplicht bent om te helpen (de ‘ought’). Het klinkt misschien kil, maar deze denkfout zit diep verankerd in de manier waarop we over recht en ethiek nadenken.

Inhoudsopgave
  1. Wat is de is-ought drogreden eigenlijk?
  2. Waarom dit cruciaal is voor mensenrechten
  3. Hoe juristen de kloof overbruggen
  4. Praktijkvoorbeelden: De ICC en de VN
  5. De uitdagingen blijven
  6. Conclusie
  7. Veelgestelde vragen

Dit is de zogenaamde ‘is-ought’ kloof. Het is een klassiek filosofisch probleem dat vandaag de dag nog steeds cruciaal is voor mensenrechtenjuristen.

Hoe bewijst je dat iets moet veranderen, puur omdat het nu eenmaal is zoals het is? In dit artikel duiken we in deze kloof en laten we zien hoe juristen proberen deze te overbruggen.

Wat is de is-ought drogreden eigenlijk?

De term ‘is-ought’ problematiek werd beroemd door de Schotse filosoof David Hume, hoewel anderen zoals A.J.

Ayer er later ook over schreven. Hume merkte op dat mensen vaak logische sprongen maken. Ze beschrijven hoe de wereld in elkaar zit (een feit) en springen dan plotseling naar hoe de wereld zou moeten zijn (een waarde). De klassieke illustratie gaat zo: “De zon schijnt, dus we moeten zwemmen.” Dat de zon schijnt (een feit) betekent niet dat zwemmen (een waardeoordeel) de enige logische optie is.

Misschien wil je wel lezen of slapen. In het recht speelt dit een enorme rol.

Stel: een wet zegt dat diefstal strafbaar is. Dat is een feit.

De historische context

Maar waarom moet diefstal strafbaar zijn? Om dat te beantwoorden, kun je niet alleen terugvallen op het feit dat de wet bestaat; je moet een morele reden geven waarom die wet er überhaupt is. Hoewel Hume de basis legde, is het idee al ouder.

John Stuart Mill, een van de grootste denkers van de negentiende eeuw, waarschuwde al voor de neiging om feiten en waarden door elkaar te halen. In zijn werk On Liberty (1859) benadrukte hij dat het gevaarlijk is om te concluderen dat wat is, ook automatisch zou moeten zijn.

Dit leidt vaak tot ongefundeerde autoritaire eisen. Mill pleitte voor een scherp onderscheid: beschrijvende argumenten (hoe de wereld eruitziet) en normatieve argumenten (hoe we ons moeten gedragen). Voor mensenrechtenjuristen is dit onderscheid goud waard.

Waarom dit cruciaal is voor mensenrechten

In de mensenrechtenpraktijk draait alles om de vraag: “Wat moeten we doen?” Juristen moeten bewijzen dat overheden morele verplichtingen hebben.

Maar hoe doe je dat als feiten niet automatisch leiden tot morele waarheden? Neem een situatie waarin een overheid burgers discrimineert.

Het feit dat discriminatie plaatsvindt (de ‘is’), betekent niet automatisch dat de internationale gemeenschap moet ingrijpen (de ‘ought’). Waarom eigenlijk? Omdat de ‘is’ alleen geen antwoord geeft op waarom die verplichting bestaat. Juristen moeten dus een brug slaan tussen de harde realiteit en de ideale norm. Een concreet voorbeeld is de situatie van de Rohingya in Myanmar.

Het vaststellen van mensenrechtenschendingen is een feitelijk proces. Maar de conclusie dat er een internationale militaire interventie moet komen (de ‘ought’), is niet automatisch logisch.

Er spelen geopolitieke belangen, veiligheidsrisico’s en complexe regionale dynamieken mee. De feitelijke schending is niet voldoende om de morele plicht tot ingrijpen juridisch waterdicht te maken zonder extra argumenten.

Hoe juristen de kloof overbruggen

Mensenrechtenjuristen zijn experts in het vinden van paden door morele moerassen. Ze gebruiken verschillende strategieën om de kloof tussen ‘is’ en ‘ought’ te dichten zonder in een drogreden te trappen.

1. De kracht van universele principes

Een veelgebruikte strategie is het baseren van argumenten op universele principes, zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze documenten bieden een vooraf vastgestelde morele basis. Ze zeggen niet “dit is hoe de wereld is”, maar “dit is hoe de wereld zou moeten zijn volgens een breed gedragen consensus”. Door een specifieke situatie (de ‘is’) te toetsen aan deze universele principes (de ‘ought’), creëren juristen een logische verbinding.

2. Consequentialisme: kijken naar gevolgen

Sommige juristen kijken naar de uitkomst. Deze benadering, het consequentialisme, vraagt: wat gebeurt er als we niets doen en wat gebeurt er als we wel ingrijpen?

Als de gevolgen van niets doen desastreus zijn (zoals massale sterfte), dan volgt daaruit een sterke morele plicht om wél te handelen.

3. Deontologie: plicht boven resultaat

Dit is geen waterdichte logica, maar het biedt een pragmatische brug tussen feiten en waarden. Een andere aanpak is de deontologie, geïnspireerd door filosofen zoals Immanuel Kant. Hier draait het niet om gevolgen, maar om plicht.

Sommige handelingen zijn intrinsiek fout, ongeacht de uitkomst. Denk aan slavernij. Het feit dat slavernij economisch voordeel kan opleveren (een feit), doet er niet toe; slavernij is moreel verkeerd (een plicht).

4. Contextuele argumentatie

Juristen gebruiken deze logica om te zeggen: “De feiten mogen zijn wat ze zijn, maar onze plicht is helder.” Geen situatie is hetzelfde. Juristen kijken daarom vaak naar de specifieke context.

Ze accepteren dat de ‘ought’ afhankelijk is van de omstandigheden. Door zorgvuldig alle factoren mee te wegen – cultuur, politiek, economie – en de is-ought kloof in rechtsstelsels te overbruggen, bouwen ze een argument dat recht doet aan de complexiteit van de werkelijkheid.

Praktijkvoorbeelden: De ICC en de VN

Laten we dit concretiseren met twee grote spelers op het wereldtoneel: de Internationale Strafrechtbank (ICC) en de Verenigde Naties (VN). De ICC vervolgt individuen voor genocide en oorlogsmisdaden.

Het proces begint altijd met feitenonderzoek (de ‘is’). Er worden bewijsstukken verzameld, getuigenissen opgenomen en rapporten gelezen. Maar de ICC kan niemand vervolgen alleen omdat er een misdrijf heeft plaatsgevonden.

De Internationale Strafrechtbank (ICC)

Ze moet ook vaststellen dat er een juridische plicht bestaat om te vervolgen, gebaseerd op het Rome Statuut (de ‘ought’).

De ICC bouwt dus een brug door feiten te koppelen aan een juridisch kader dat is gebaseerd op morele principes. Dit is vaak omstreden, omdat interpretaties van feiten en principen kunnen verschillen, maar het toont aan hoe de kloof wordt gedicht. De VN stelt vredeshandhavers in conflicthaarden in.

De Verenigde Naties en vredesoperaties

De beslissing om troepen te sturen begint met een analyse van de feitelijke situatie door speciale rapporteurs. Zij rapporteren over schendingen en instabiliteit.

Vervolgens gebruikt de VN haar handvest als moreel kompas. De ‘is’ (er is een conflict) wordt gekoppeld aan de ‘ought’ (de VN moet vrede bewaken).

Echter, de effectiviteit van deze operaties wordt vaak beperkt door politieke belangen van de Veiligheidsraad. Dit toont aan dat het overbruggen van de kloof niet alleen juridisch is, maar ook politiek.

De uitdagingen blijven

Ondanks al deze strategieën blijft het hardnekkige probleem van de is-ought kloof een uitdaging. De wereld is complex, culturen verschillen en politieke belangen zijn vaak tegenstrijdig.

Er is geen eenvoudige formule die feiten automatisch vertaalt in morele plichten. Toch is het bewustzijn van dit probleem essentieel voor mensenrechtenjuristen. Door zich bewust te zijn van de valkuil van de drogreden, kunnen ze sterker, genuanceerder en eerlijker argumenteren. Het gaat er niet om een absolute waarheid te vinden, maar om een continue dialoog te voeren over wat rechtvaardig is.

Conclusie

De strijd voor mensenrechten is een strijd tussen de harde realiteit van het nu en de morele hoop voor de toekomst. Mensenrechtenjuristen zijn de bruggenbouwers in dit proces.

Ze accepteren dat feiten niet automatisch waarden opleveren, maar ze weigeren om bij de pakken neer te zitten.

Door universele principes, consequentieanalyse, plichtsbesef en contextuele kennis te combineren, dichten ze de kloof tussen ‘is’ en ‘ought’. Daarbij erkennen ze dat morele intuïties geen brug vormen over de is-ought kloof. Zo proberen ze niet alleen de wereld te beschrijven, maar deze ook daadwerkelijk te veranderen.

Veelgestelde vragen

Wat is de is-ought kloof precies?

De is-ought kloof, geïntroduceerd door de filosoof David Hume, beschrijft het probleem dat we niet zomaar van feiten (wat er is) naar waarden of morele verplichtingen (wat er zou moeten zijn) kunnen afleiden. Een klassiek voorbeeld is: de zon schijnt, dus we moeten zwemmen – wat een feit is, maar niet noodzakelijk een logische conclusie.

Waarom is het onderscheid tussen ‘is’ en ‘ought’ belangrijk voor juristen?

Juristen worstelen met het vaststellen van morele verplichtingen van overheden. Het is cruciaal om te begrijpen dat het feit dat discriminatie plaatsvindt (de ‘is’) niet automatisch betekent dat de internationale gemeenschap moet ingrijpen (de ‘ought’). Ze moeten een morele reden vinden om deze verplichting te rechtvaardigen, los van de feitelijke situatie.

Hoe relateert dit aan de ideeën van John Stuart Mill?

John Stuart Mill waarschuwde voor het door elkaar halen van feiten en waarden. Hij benadrukte dat het gevaarlijk is om te concluderen dat wat is, ook zou moeten zijn. Dit leidt vaak tot ongefundeerde eisen, en het is essentieel voor juristen om een scherp onderscheid te maken tussen beschrijvende argumenten en normatieve argumenten.

Wat is de ‘is-to-ought’ drogreden?

De ‘is-to-ought’ drogreden, ook wel de is-ought drogreden genoemd, stelt dat het feit dat iets is, automatisch betekent dat het ook zou moeten zijn. Dit is een foutieve logische stap, omdat feiten en waarden niet automatisch met elkaar verbonden zijn. Het is belangrijk om te onthouden dat de kloof bestaat.

Hoe wordt de is-ought kloof gebruikt bij de analyse van mensenrechten?

In de mensenrechtenpraktijk is het cruciaal om te begrijpen dat het vaststellen van morele verplichtingen (de ‘ought’) niet simpelweg kan worden afgeleid van feiten (de ‘is’). Bijvoorbeeld, het feit dat een overheid burgers discrimineert, rechtvaardigt niet automatisch een ingrijpen van de internationale gemeenschap; er moet een morele reden worden gevonden voor deze verplichting.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over De is-ought kloof in het recht

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is de is-ought kloof en waarom is het het lastigste probleem in het recht
Lees verder →