De is-ought kloof in het recht

Is-ought en de rechtsontwikkeling: hoe nieuwe normen ontstaan uit feitelijke praktijken

Jaap Hage Jaap Hage
· · 9 min leestijd

Stel je voor: vroeger, heel lang geleden, deden mensen gewoon wat ze wilden. Ze maakten afspraken, ruilhandel was normaal en er was nog geen enkele wet over geschreven.

Inhoudsopgave
  1. Wat is die Is-Ought paradox?
  2. De praktijk gaat voor op de wet
  3. Hoe rechters normen vormgeven
  4. Maatschappelijke verandering als motor
  5. De beperkingen van de theorie
  6. Conclusie: Een continue dans
  7. Veelgestelde vragen

Pas later bedachten we regels om dat gedrag te organiseren. Dit is het hart van de relatie tussen wat er feitelijk gebeurt en wat er moreel zou moeten gebeuren.

In de juridische wereld noemen we dit de strijd tussen de feitelijke praktijk (de ‘is’) en de morele norm (de ‘ought’). Dit artikel duikt in de manier waarop het recht niet begint met een wetboek, maar met het dagelijks leven. We gaan kijken hoe feiten langzaam veranderen in plichten en hoe het recht zich voortdurend aanpast aan een wereld die nooit stilstaat.

Wat is die Is-Ought paradox?

Je hebt vast wel eens nagedacht over het verschil tussen hoe de wereld in elkaar zit en hoe hij zou moeten zijn. De Schotse filosoof David Hume (niet te verwarren met de latere A.J.

Ayer) verwoordde dit ooit scherp: je kunt niet zomaar logisch afleiden uit een feit (‘is’) wat een morele plicht (‘ought’) is.

De kloof tussen feit en norm

Een simpel voorbeeld: het regent buiten (een feit). Daaruit volgt niet automatisch dat je een paraplu moet meenemen (een norm). Toch doen we dat wel.

In de rechtspraak speelt deze kloof constant een rol. De wereld is zoals hij is, maar het recht probeert te sturen hoe hij zou moeten zijn. De kunst is om te begrijpen hoe die twee elkaar beïnvloeden.

De praktijk gaat voor op de wet

Veel mensen denken dat rechten ontstaan in een vergaderzaal vol juristen, maar vaak begint het veel simpeler: op straat, in de markt of thuis. De geschiedenis leert ons dat juridische normen bijna altijd een reactie zijn op bestaand gedrag.

Neem het contractrecht. In de middeleeuwen bestond er geen uitgebreide wetgeving over koop en verkoop.

Handel en contracten

Handelaren deden gewoon zaken. Ze maakten mondelinge afspraken en vertrouwden op elkaars reputatie. Toen de handel groter werd en complexer, merkten we dat deze praktijk niet meer voldoende was.

Pas nadat er feitelijk veel gehandeld werd, en er problemen ontstonden over nakoming, zijn we regels gaan opschrijven. De wet is hier dus een bevestiging van een praktijk die al bestond.

Privacy in het digitale tijdperk

Een moderner voorbeeld is privacy. Vroeger had je geen wetten nodig voor privacy; je huis was je kasteel. Maar door de opkomst van internet en sociale media veranderde de feitelijke situatie drastisch. Bedrijven verzamelden massaal data zonder dat er regels waren.

De burger voelde zich overvallen door deze nieuwe realiteit. Pas toen de schade zichtbaar werd, is de wetgeving (zoals de AVG) ingehaald door de feiten.

De norm (‘je mag persoonsgegevens niet zomaar verzamelen’) is ontstaan uit de ervaring van wat er feitelijk misging.

Hoe rechters normen vormgeven

Rechters zijn geen robotjes die een wetboek afvinken. Ze kijken naar de wereld om hen heen.

De kracht van precedenten

In het recht noemen we dit jurisprudentie: de uitleg van de wet door rechters.

Rechters moeten vaak beslissen over zaken waar nog geen duidelijke wet voor is. Ze kijken naar eerdere zaken (precedenten) en passen die toe op de nieuwe situatie. Dit proces zorgt ervoor dat het recht meebeweegt met de maatschappij.

Als een rechter een keer beslist dat een bepaald gedrag onrechtmatig is, wordt dat een richtlijn voor de toekomst. Zo groeit het recht langzaam uit de feiten van alledag.

Stel je voor dat een rechter oordeelt over een conflict over een nieuwe technologie. Er is nog geen wet voor, maar de rechter moet een uitspraak doen. Die uitspraak wordt later gebruikt als norm voor soortgelijke gevallen. Zo zie je hoe de is-ought kloof in elk rechterlijk vonnis overbrugd wordt vanuit een specifiek feitelijk geval.

Maatschappelijke verandering als motor

Het recht staat nooit op zichzelf. Het wordt continu beïnvloed door hoe de samenleving denkt en voelt.

Als de mensen veranderen, verandert het recht mee. Kijk naar de geschiedenis van gelijkheid. Vroeger was discriminatie wettelijk vastgelegd of sociaal geaccepteerd.

Gelijkheid en discriminatie

Maar door sociale bewegingen en protesten veranderde de feitelijke praktijk. Mensen eisten gelijke behandeling.

Rechters en wetgevers moesten hierop reageren. Het recht op gelijkheid is niet uit de lucht komen vallen; het is een antwoord op een maatschappelijke roep om rechtvaardigheid.

De uitdaging van kunstmatige intelligentie

De norm van gelijkheid is gevormd door de ervaringen van ongelijkheid. Tegenwoordig staan we voor een nieuwe uitdaging: kunstmatige intelligentie (AI). Systemen zoals ChatGPT of zelfrijdende auto’s worden steeds normaler. Maar hoe ga je daarmee om?

Wie is er verantwoordelijk als een AI een fout maakt? De feitelijke praktijk is dat we AI al gebruiken, maar de normen zijn er nog niet.

We zitten nu in een fase waarin we ‘is’ (het gebruik van AI) observeren en proberen te bepalen wat de ‘ought’ (de regels voor AI) moet worden. Dit proces duurt jaren en is complex.

De beperkingen van de theorie

Hoewel het idee dat feiten normen bepalen logisch klinkt, heeft het ook beperkingen. Het recht is niet alleen een passieve spiegel van de werkelijkheid; het is ook een actief stuurmiddel.

Recht als gids

Soms wil de samenleving dat het recht juist vooroploopt, in plaats van achteraan hobbelt.

Wetgevers kunnen besluiten dat iets wat nu normaal is, niet meer mag. Denk aan het rookverbod in de horeca. Toen dat ingevoerd werd, was het feitelijk nog heel gewoon om binnen te roken.

De wet heeft hier een nieuwe norm gecreëerd die ingaat tegen de bestaande praktijk. Het is dus een wisselwerking.

De feiten beïnvloeden de normen, maar normen beïnvloeden ook weer de feiten. Het recht is een levend systeem dat constant schakelt tussen wat is en wat moet zijn bij civielrechtelijke aansprakelijkheid.

Conclusie: Een continue dans

De rechtsontwikkeling is geen statisch geheel. Het is een dynamisch proces waarin feitelijke praktijken en morele oordelen continu dansen. Begrijpen hoe is-ought redeneren verschilt, helpt ons om beter te snappen waarom wetten veranderen en waarom sommige regels soms ouderwets aanvoelen.

Door te kijken naar de feiten – hoe we handelen, wat we technologisch kunnen en wat we als samenleving belangrijk vinden – begrijpen we de basis van het recht.

Het recht is niet magisch; het is een reflectie van ons gedrag en onze aspiraties. En dat maakt het recht, ondanks al zijn formele regels, uiteindelijk heel menselijk.

Veelgestelde vragen

Wat is precies het ‘is-ought’ paradox?

De ‘is-ought’ paradox, bedacht door David Hume, stelt dat je niet zomaar kunt concluderen dat iets een plicht is, simpelweg omdat het zo is. Een klassiek voorbeeld is: het regent (feit), dus je *moet* een paraplu meenemen (norm). Het recht erkent dit verschil, omdat het zich baseert op de feitelijke praktijk die zich langzaam ontwikkelt en vervolgens wordt omgezet in wettelijke regels.

Is het ‘is-ought’ argument altijd een fout?

Niet per se. De ‘is-ought’ drogreden, ook wel de is-to-ought drogreden genoemd, ontstaat wanneer je een feit (wat er is) gebruikt om een morele conclusie (wat er zou moeten zijn) af te leiden. Het is belangrijk om te herkennen dat een bestaande situatie niet automatisch betekent dat die situatie de juiste is, en dat recht zich voortdurend aanpast aan veranderende feiten.

Wat is de link tussen ‘is’ en ‘ought’ in de rechtspraak?

In de rechtspraak is de relatie tussen ‘is’ en ‘ought’ cruciaal. Het recht begint niet met een lijst van regels, maar met de feitelijke praktijk. Rechters observeren hoe mensen zich gedragen, wat er gebeurt in de praktijk, en gebruiken deze feiten om te bepalen welke normen er moeten komen. De wet is dus een weerspiegeling van een bestaande praktijk, niet een initiële creatie.

Hoe zien we dit terug in de ontwikkeling van wetgeving?

Een goed voorbeeld is het contractrecht. In de middeleeuwen bestonden er geen formele regels over handel, maar handelaren maakten afspraken en vertrouwden op elkaars reputatie. Pas toen de handel groeide en problemen ontstonden – zoals onduidelijke afspraken – werden er regels opgeschreven. De wetgeving is dan een reactie op de feitelijke praktijk.

Waarom is privacy een recent voorbeeld van ‘is’ dat ‘ought’ werd?

Vroeger was privacy vanzelfsprekend; je huis was je kasteel. Maar met de opkomst van internet en sociale media veranderde de feitelijke situatie drastisch. Bedrijven verzamelden massaal data zonder regels, wat leidde tot bezorgdheid. Pas toen de schade zichtbaar werd, werden wetten zoals de AVG ingevoerd – een reactie op de feitelijke realiteit.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over De is-ought kloof in het recht

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is de is-ought kloof en waarom is het het lastigste probleem in het recht
Lees verder →