De is-ought kloof in het recht

Is-ought en het strafrecht: van bewijs naar veroordeling — waar gaat het mis

Jaap Hage Jaap Hage
· · 11 min leestijd

Stel je voor: je zit in de rechtszaal. De officier van justitie legt bewijs op tafel.

Inhoudsopgave
  1. Wat is dat eigenlijk, dat ‘Is-Ought’ Probleem?
  2. De Valkuil in de Rechtszaal
  3. Subjectiviteit achter de Facade van Objectiviteit
  4. Waar Gaat het Mis in het Proces?
  5. Hoe Kunnen We Dit Oplossen?
  6. Veelgestelde vragen

Getuigen doen hun verhaal. Het is allemaal feitelijk, hard, ‘is’ zo. Maar dan komt het moment suprême: het oordeel.

Schuldig of niet schuldig? Dat is geen feit meer, dat is een waardeoordeel.

Dat is een ‘zou moeten’. En precies op die scheidslijn tussen harde feiten en zachte oordelen, sluimert een valkuil die het strafrecht al eeuwen plaagt: het is-ought probleem.

Laten we eens kijken hoe dit abstracte filosofische idee een concrete impact heeft op hoe we tot een veroordeling komen en waar het vaak misgaat.

Wat is dat eigenlijk, dat ‘Is-Ought’ Probleem?

Om te begrijpen waar het misgaat, moeten we eerst snappen wat het is. Het concept komt oorspronkelijk van de Schotse filosoof David Hume, maar is later door anderen verder uitgewerkt.

De Basistruc: Feit versus Waarde

Simpel gezegd: je kunt niet logisch afleiden uit een feit (wat is) wat moreel zou moeten (wat zou moeten zijn). Stel, ik zeg: “Deze appel is rood.” Dat is een feit, een ‘is’-statement. Daaruit volgt niet automatisch dat je die appel moet opeten.

Om daar te komen, heb je een extra waarde nodig: “Rode appels zijn lekker” of “Je moet voedsel niet verspillen”.

Zonder die extra waarde, blijft het bij een feit. In het strafrecht werkt het precies zo. Een bewijsstuk is een feit. Een getuigenis is een feit (iemand zei iets).

Maar de stap naar “de verdachte is schuldig” is een waardeoordeel. De fout die we maken, is denken dat als de feiten maar sterk genoeg zijn, de veroordeling automatisch volgt. Alsof wiskunde is. Maar rechtspraak is mensenwerk, geen rekenmachine.

De Valkuil in de Rechtszaal

Het strafrecht draait om bewijs. We verzamelen sporen, horen getuigen en bekijken camerabeelden.

De Illusie van Objectief Bewijs

We proberen de werkelijkheid zo objectief mogelijk in kaart te brengen. Maar zodra we interpreteren, glijden we af van het feitelijke ‘is’ naar het oordeelkundige ‘zou moeten’. Veel mensen denken dat bewijsmateriaal wel voor zichzelf spreekt.

Maar niets is minder waar. Neem DNA-bewijs. Het feit is: het DNA van de verdachte is gevonden op de plaats delict.

Dat is het ‘is’. Maar wat betekent dat? Is het bewijs van schuld? Of toont het slechts aan dat de persoon ooit in de buurt is geweest?

De Getuige en de Waarheid

De officier van justitie zal stellen: “Dit DNA bewijst dat hij het gedaan heeft.” Dat is een logische sprong van feit naar oordeel. De verdediging zal zeggen: “Het DNA is verplaatst, het is toeval.” Beide partijen gebruiken hetzelfde feit, maar trekken er een compleet andere ‘ought’ conclusie uit.

De rechter of jury moet dan kiezen welke interpretatie klopt, vaak op basis van hun eigen vooroordelen of intuïtie, niet op basis van pure logica. Een ander klassiek voorbeeld is de getuigenis. Een getuige zegt: “Ik zag de verdachte lopen.” Dat is het feit, de ‘is’.

Maar hoe betrouwbaar is die herinnering? De psychologie leert ons dat geheugen geen video-opname is. Het is reconstructie.

Suggestieve vragen van politie of advocaten kunnen een herinnering compleet veranderen zonder dat de getuige het doorheeft. Als een jury hoort dat een getuige zegt: “Ik zag het gebeuren,” neigen ze ernaar om dit direct te vertalen naar “Het is waar wat hij zegt.” Dat is de is-ought fout in juridische context. Het feit dat iemand iets zegt, betekent niet automatisch dat het is zoals gezegd. Toch bouwen rechtszaken vaak zwaar op getuigenissen, terwijl die wetenschappelijk gezien een van de zwakste vormen van bewijs zijn.

Subjectiviteit achter de Facade van Objectiviteit

Rechters en juryleden proberen neutraal te zijn. Ze dragen een toga of zitten op een stoel die hen boven de partijen verheft.

De Rol van Emotie en Intuïtie

Maar in hun hoofd spelen andere dingen af. We zijn allemaal mensen met een eigen achtergrond, voorkeuren en blinde vlekken. Onderzoek naar de rechtspraak laat zien dat emoties vaak een grotere rol spelen dan we willen toegeven.

Een rechter die net een goede lunch heeft gehad, is strenger dan een rechter die honger heeft.

Een jurylid dat een hekel heeft aan het uiterlijk van de verdachte, zal onbewust sneller geneigd zijn schuld aan te nemen. Dit is waar het ‘is-ought’ probleem weer toeslaat. De feiten op papier (het dossier) worden bekeken door een mens die emotionele reacties heeft. Die emotie wordt vertaald naar een oordeel. “Ik voel dat hij schuldig is, dus hij moet schuldig zijn.” Het gevoel wordt als feit gepresenteerd.

Systematische Bias en Onbedoelde Oordelen

Het gaat niet alleen om individuele vooroordelen, maar ook om systematische. Denk aan de manier waarop bepaalde groepen in de samenleving worden bekeken.

Als er een beeld bestaat dat bepaalde wijken of bevolkingsgroepen criminelers zijn, dan beïnvloedt dat de interpretatie van feiten. Stel, er is een overval. De politie pakt iemand op uit een bepaalde wijk.

Het feit is: de persoon is opgepakt. Maar de ‘ought’ conclusie wordt soms al getrokken voordat het bewijs rond is, simpelweg omdat het profiel past bij een bestaand beeld. Dit is gevaarlijk.

Het strafrecht moet gaan over wat er is gebeurd, niet over wat er volgens vooroordelen zou kunnen zijn gebeurd.

Waar Gaat het Mis in het Proces?

De grootste fout in het strafrecht is niet altijd een expliciete dwaling, maar een subtiele vervaging van de grens tussen feit en interpretatie. Rechters en juryleden houden van verhalen. Losse feiten zijn verwarrend; een coherent verhaal is begrijpelijk.

Van Bewijs naar Verhaal

Officieren van justitie zijn vaak goede verhalenvertellers. Ze plakken de feiten aan elkaar tot een logisch verhaal: “Dit is gebeurd, dus dat moet de dader zijn.”

Maar een logisch verhaal is niet hetzelfde als de waarheid. Het is een reconstructie.

De Bewijslast en Redelijke Twijfel

De valkuil is dat we de feiten passen in het verhaal, in plaats van het verhaal te baseren op uitsluitend de feiten. Als er een gat in het verhaal zit, wordt er soms een aannames voor geschoven. Dat gat is dan een ‘is’ die niet bestaat, maar wel nodig is voor de ‘ought’ conclusie.

In het Nederlandse strafrecht (en veel andere systemen) geldt de maatstaf “beyond a reasonable doubt” ofwel “buiten redelijke twijfel”, waarbij de rol van de is-ought kloof in het Nederlandse rechtssysteem vaak onzichtbaar blijft.

Dit is een juridisch concept, maar in de praktijk is het vaak vaag. Wat is “redelijk”? Voor de een is twijfel al redelijk als er één onverklaarbaar detail is. Voor de ander is twijfel pas redelijk als het hele verhaal in elkaar stort.

Omdat de interpretatie van “redelijke twijfel” verschilt, leidt hetzelfde bewijs tot verschillende uitkomsten. Dat is de fragiliteit van het systeem: we proberen een objectieve standaard (bewijs) toe te passen op een subjectieve beslissing (twijfel).

Hoe Kunnen We Dit Oplossen?

Volledig objectief zijn is onmogelijk. We zijn nu eenmaal geen robots.

Kritisch Denken en Bewustwording

Maar we kunnen de invloed van de ‘is-ought’ valkuil wel verkleinen. Allereerst is bewustwording cruciaal.

Rechters, officieren en advocaten moeten zich constant afvragen: “Baseer ik mijn oordeel op een feit, of op een interpretatie die ik erdoorheen leg?” Daarnaast helpt het om bewijs te waarderen op zijn eigen merites. Forensisch bewijs, zoals DNA en vingerafdrukken, is vaak objectiever dan getuigenissen.

Een Nieuwe Kijk op Rechtvaardigheid

Door meer te leunen op harde data en minder op interpretatie van gedrag, verkleinen we de ruimte voor subjectieve oordelen. Uiteindelijk gaat het erom dat we accepteren dat rechtspraak mensenwerk is. Het is geen perfect mechanisme. Door te begrijpen hoe de kloof tussen feiten en normen werkt, kunnen we beter begrijpen waarom zaken soms fout lopen.

Het gaat niet altijd om kwaadwillendheid, maar vaak om onbedoelde logische fouten.

Een rechtvaardig systeem is er een dat zich constant verbetert, dat twijfel serieus neemt en dat beseft dat feiten niet voor zich spreken. Ze moeten worden geïnterpreteerd, maar die interpretatie moet zo zuiver mogelijk blijven. Want als we vergeten dat er een verschil is tussen wat is en wat zou moeten zijn, lopen we het risico rechtvaardigheid te vervangen door vooroordeel.

Veelgestelde vragen

Wat is precies het ‘is-ought’ probleem in de rechtszaal?

Het ‘is-ought’ probleem, geïntroduceerd door David Hume, stelt dat je niet kunt logisch concluderen wat ‘zou moeten’ zijn op basis van wat ‘is’. In de rechtszaal betekent dit dat feiten, zoals DNA-bewijs, niet automatisch bewijzen dat iemand schuldig is; het kan simpelweg aantonen dat de persoon ooit in de buurt is geweest. De stap van ‘is’ naar ‘zou moeten’ vereist een morele beoordeling, zoals ‘hij heeft het gedaan’.

Wat bedoelt men met de ‘is-ought’ drogreden?

De ‘is-ought’ drogreden is het onterecht concluderen dat iets ‘zou moeten’ zijn, puur op basis van het feit dat het ‘is’. Denk bijvoorbeeld aan de bewering: “Deze appel is rood, dus je moet hem opeten.” Het is een valkuil omdat het een feitelijke observatie (de kleur van de appel) combineert met een morele beoordeling (het opeten ervan is noodzakelijk of wenselijk).

Waarom is het belangrijk om het verschil te zien tussen ‘is’ en ‘ought’ in de rechtspraak?

Omdat rechtspraak draait om het vaststellen van feiten, is het cruciaal om te onthouden dat feiten niet automatisch leiden tot oordelen. De rechter of jury moet zich bewust zijn van de neiging om feiten te interpreteren en te beoordelen, en zich baseren op logica en bewijs, in plaats van persoonlijke vooroordelen of intuïtie. Het is essentieel om de feiten te respecteren en niet te forceren om aan een bepaalde conclusie te voldoen.

Wat is de rol van waardeoordelen in de rechtszaal?

In de rechtszaal spelen waardeoordelen een cruciale rol, omdat de conclusie dat iemand schuldig is een oordeel is, niet een directe gevolgtrekking uit de feiten. Deze waardeoordelen, zoals “hij is schuldig” of “hij is onschuldig”, worden gebaseerd op interpretaties van de feiten en kunnen beïnvloed worden door vooroordelen of emoties. Het is belangrijk om deze waardeoordelen te erkennen en te baseren op een grondige beoordeling van het bewijs.

Wat is het verschil tussen ‘ought’ en ‘should’ in de context van morele verplichtingen?

Hoewel ‘ought’ en ‘should’ vaak door elkaar worden gebruikt, is ‘ought’ formeler en drukt het een sterkere morele verplichting uit. ‘Should’ is meer een aanbeveling of advies. In de rechtszaal betekent ‘ought’ dat er een morele plicht is om een bepaalde actie te ondernemen, terwijl ‘should’ suggereert dat het wenselijk is, maar niet noodzakelijk.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over De is-ought kloof in het recht

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is de is-ought kloof en waarom is het het lastigste probleem in het recht
Lees verder →