De is-ought kloof in het recht

Hoe coherentietheorieën proberen de is-ought kloof te dichten

Jaap Hage Jaap Hage
· · 10 min leestijd

Ken je dat? Iemand zegt: "Er is nu eenmaal geen werk voor iedereen," en trekt daaruit de conclusie: "Dus je moet maar harder je best doen." Of: "De natuur is wreed," en concludeert: "Dus het is normaal dat we elkaar in de haren vliegen." Dat gat tussen wat is (de feiten) en wat zou moeten (de moraal) heet de beroemde 'is-ought kloof'.

Inhoudsopgave
  1. Wat is die Is-Ought Kloof eigenlijk?
  2. Charles Sanders Peirce en de Kracht van Consistentie
  3. Hilary Putnam en Contextuele Coherentie
  4. Robert Nozick: Rechtvaardigheid door Coherentie
  5. Critici en de Valkkuilen van Coherentie
  6. Conclusie: Een Waardevolle Poging
  7. Veelgestelde vragen

Het is een van de hardnekkigste problemen in de filosofie. Je kunt eindeloos feiten verzamelen, maar daaruit volgt nooit automatisch een morele plicht. Toch proberen filosofen dit gat te dichten.

Een van de meest intrigerende methoden is de coherentietheorie. Deze theorie zegt niet dat er een goddelijke of natuurlijke morele wet bestaat, maar zoekt de oplossing in consistentie.

Laten we eens kijken hoe dat werkt en waarom het zo fascinerend is.

Wat is die Is-Ought Kloof eigenlijk?

Om te begrijpen hoe je de kloof kunt dichten, moeten we eerst weten waarom hij bestaat. De term werd beroemd gemaakt door de Britse filosoof David Hume (hoewel hij in je concept A.J.

Ayer noemde, wat ook een logische positivist was, maar Hume is de echte grondlegger van dit idee). Hume merkte op dat je nooit logisch kunt bewijzen dat iets goed is puur door te beschrijven wat er is. Stel je voor: "Dit mes is scherp." Dat is een feit.

"Dit mes snijdt vlees." Ook een feit. Maar uit die feiten volgt niet automatisch: "Je moet dit mes gebruiken om iemand te steken." De morele lading ontbreekt.

Veel wetenschappers en filosofen vonden dit vervelend. Als we geen objectieve moraal kunnen afleiden uit de werkelijkheid, blijft er dan alleen maar subjectieve willekeur over? Hier komen coherentietheorieën om de hoek kijken.

In plaats van te zoeken naar een los feit dat een morele plicht bewijst, kijken ze naar het grotere plaatje. Ze stellen dat moraal niet gaat over losse feiten, maar over hoe al je overtuigingen samenhangen.

Charles Sanders Peirce en de Kracht van Consistentie

Een van de grootste namen in deze discussie is Charles Sanders Peirce. Hoewel hij vaak als ingewikkeld wordt gezien, is zijn idee eigenlijk heel logisch. Peirce geloofde niet dat "goed" of "slecht" zweeft in de lucht als een soort magische energie.

In plaats daarvan geloofde hij dat morele oordelen voortkomen uit een netwerk van overtuigingen.

Stel je voor dat je brein een gigantische legpuzzel is. Elke overtuiging die je hebt, is een stukje van die puzzel.

Als je een nieuwe ervaring hebt (een "is"-feit), probeer je dat stukje in de puzzel te passen. Als het niet past, moet je ofwel het nieuwe stukje weggooien (de ervaring negeren) of de rest van de puzzel verplaatsen (je overtuigingen aanpassen). Voor Peirce is een morele handeling er een die past in een coherent, dus samenhangend, systeem.

Hoe Peirce de kloof probeert te dichten

Als je overtuigingen niet met elkaar in strijd zijn, noem je dat coherent.

Peirce introduceerde hierbij ook het pragmatisme. Een idee is "waar" of "goed" als het praktisch werkt in de context van al je andere ideeën. Het gaat er dus niet om of een feit op zichzelf een plicht bewijst, maar of een handeling past in een systeem dat logisch in elkaar steekt en werkt in de praktijk. Peirce zegt niet: "Dit feit bewijst deze plicht." Hij zegt: "Als je alle feiten en overtuigingen coherent maakt (zonder tegenstrijdigheden), volgt de plicht daaruit voort." Het is alsof je een goed verhaal vertelt: elk hoofdstuk moet kloppen met het vorige. Als je morele oordeel niet klopt met je andere overtuigingen, is het inconsistent en dus onhoudbaar.

Hilary Putnam en Contextuele Coherentie

Na Peirce kwam Hilary Putnam, een moderne Amerikaanse filosoof, die dit idee verder aanscherpte. Putnam was geen fan van het idee dat "waarheid" los staat van hoe wij praten en denken. Hij pleitte voor een contextuele coherentie.

Putnam vond dat we niet in een vacuüm denken. Onze overtuigingen zitten vast aan een context: een cultuur, een taal, een historische tijd.

In zijn werk, zoals in Reason, Truth and History, legde hij uit dat een moreel oordeel "waar" is binnen een specifiek systeem van betekenissen. Stel je voor: je zegt "Water is H2O".

Dat is waar in de context van de scheikunde. Maar in de context van een oud verhaal over een magische rivier is "water" iets heel anders. Putnam zou zeggen dat de is-ought kloof kleiner wordt als we kijken naar de context waarin we leven.

Morele regels zijn niet abstracte wiskunde; ze zijn deel van een samenhangend web van ideeën binnen een gemeenschap.

Putnam helpt ons te zien dat we niet zoeken naar één universeel feit dat alles verklaart. We zoeken naar consistentie binnen een bepaald raamwerk. Als een morele regel botst met de realiteit en de logica van die context, moet hij worden aangepast.

Robert Nozick: Rechtvaardigheid door Coherentie

Een andere sterke denker in deze rij is Robert Nozick, vooral bekend van zijn boek Anarchy, State and Utopia. Hoewel Nozick vaak wordt gezien als een libertarische denker die focust op individuele rechten, paste hij coherentie toe op rechtvaardigheid.

Nozick stelde dat een handeling of een systeem rechtvaardig is als het coherent is met de fundamentele rechten en overtuigingen van individuen.

Hij keek naar hoe processen verlopen. Als een proces eerlijk is (coherent met de regels van vrijheid en eigendom), dan is de uitkomst ook moreel gerechtvaardigd, zelfs als die uitkomst ongelijk is. Nozick's kijk op coherentie is pragmatisch.

Hij zegt eigenlijk: "We hoeven geen perfect moreel kompas te vinden dat uit de hemel valt. We hoeven alleen maar een systeem te bouwen waarin onze handelingen logisch voortvloeien uit onze basisrechten en overtuigingen." Deze benadering probeert de natuurrechtelijke visie op de is-ought kloof te dichten door te zeggen dat de "ought" (wat we moeten doen) niet losstaat van de "is" (wie we zijn en hoe we leven). Onze plichten zijn de logische consequenties van wie we zijn als individuen in een samenleving.

Critici en de Valkkuilen van Coherentie

Natuurlijk is niet iedereen overtuigd. De coherentietheorie heeft serieuze kritiek te verduren.

De belangrijkste kritiek is simpel: een systeem kan coherent zijn, maar toch fout. Stel je een complottheorie voor. Alles klopt voor de gelover: de feiten, de logica, de verklaringen passen allemaal in elkaar.

Het systeem is coherent. Toch is de theorie onwaar en moreel verwerpelijk.

Dit is het gevaar van "coherentie-totalitarisme", een idee dat door filosofen zoals Jürgen Habermas is besproken. Een totalitair regime kan een perfect gesloten, coherent systeem bouwen waarin alle regels logisch lijken, maar dat in de praktijk onmenselijk is. Een tweede probleem is relativisme. Als coherentie de maatstaf is, wie bepaalt dan welk systeem de juiste is?

Twee mensen kunnen beide een coherent systeem van overtuigingen hebben die lijnrecht tegenover elkaar staan. Zonder een externe, objectieve standaard (een "is-ought" brug) blijft het moeilijk om te zeggen dat het ene systeem moreel superieur is aan het andere.

Derde kritiek: coherentie negeert soms de brute feiten. Je kunt een overtuiging wel in je systeem proberen te passen, maar als de werkelijkheid je hardhandig tegenspreekt, houdt coherentie op te werken.

Conclusie: Een Waardevolle Poging

Coherentietheorieën bieden geen magische formule om de is-ought kloof in één keer te overbruggen.

Ze slagen er niet in om een absolute, universele moraal te bewijzen die voor iedereen geldt, ongeacht context. Wat ze wel doen, is ons helpen begrijpen dat moraal geen losse eilandjes zijn. Door te kijken naar consistentie, context en samenhang, laten Peirce, Putnam en Nozick zien dat onze morele plichten niet uit de lucht komen vallen. Ze groeien uit de manier waarop we de wereld ervaren en hoe we onze overtuigingen op elkaar afstemmen.

Misschien is de is-ought kloof niet een muur die we moeten slechten, maar een brug die we bouwen met de materialen van logica en samenhang. En hoewel die brug misschien niet perfect is, is het nog steeds de beste manier om van de ene kant naar de andere te komen.

Veelgestelde vragen

Wat is precies de 'is-ought' kloof?

De 'is-ought' kloof, genoemd naar David Hume, verwijst naar het probleem dat feiten (wat er *is*) niet automatisch leiden tot morele oordelen (wat er *zou moeten* zijn). Stel je voor dat je ziet dat een mes scherp is; dat is een feit, maar het betekent niet dat je *moet* dat mes gebruiken om iemand te verwonden. Het is een fundamentele scheiding tussen beschrijvingen van de realiteit en morele verplichtingen.

Wat is de coherentietheorie en hoe helpt het?

De coherentietheorie, ontwikkeld door filosofen zoals Charles Sanders Peirce, stelt dat moraliteit niet gebaseerd is op een enkele, objectieve regel, maar op de consistentie van onze overtuigingen. Het is alsof je een gigantische legpuzzel hebt: je morele oordelen passen in een samenhangend geheel, waarbij nieuwe informatie wordt gepast in de bestaande puzzel, of de puzzel zelf wordt aangepast.

Hoe probeert Peirce de kloof te overbruggen?

Charles Sanders Peirce geloofde dat morele oordelen voortkomen uit een netwerk van overtuigingen, vergelijkbaar met een legpuzzel. Een morele handeling is diegene die logisch past binnen dit systeem van overtuigingen. Als een nieuwe ervaring niet past, dan moet je ofwel je overtuigingen aanpassen, of de nieuwe ervaring negeren, om een coherent geheel te behouden.

Wat is de 'ought' fallacy en waarom is het belangrijk om te begrijpen?

De 'ought' fallacy is het argument dat, omdat iets *zou moeten* zijn, het ook *is*. Een klassiek voorbeeld is: "We hebben altijd Zwarte Piet gehad, dus Zwarte Piet moet blijven bestaan." Het is belangrijk om deze drogreden te herkennen omdat het leidt tot ongefundeerde moralische conclusies en het negeert de noodzaak van bewijs en redenering.

Hoe verschillen 'is' en 'ought' uitspraken?

‘Is’ uitspraken beschrijven feiten, zoals “Dit mes is scherp.” ‘Ought’ uitspraken geven aan wat er zou moeten zijn of wat goed is, zoals “Je moet dit mes gebruiken om iemand te verwonden.” Het is cruciaal om te begrijpen dat feiten (wat *is*) niet automatisch leiden tot morele verplichtingen (wat *zou moeten* zijn), zoals David Hume al aangaf.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over De is-ought kloof in het recht

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is de is-ought kloof en waarom is het het lastigste probleem in het recht
Lees verder →