De is-ought kloof in het recht

Wat natuurrecht te maken heeft met de is-ought kloof

Jaap Hage Jaap Hage
· · 10 min leestijd

Stel je voor dat je naar de natuur kijkt. Je ziet een leeuw die een gazelle vangt. Het is hard, maar het gebeurt.

Inhoudsopgave
  1. Wat is de is-ought kloof?
  2. De kern van natuurrecht
  3. Waarom de logica faalt
  4. Pogingen om de kloof te dichten
  5. Conclusie: Een kloof die we moeten accepteren
  6. Veelgestelde vragen

Het is een feit. De leeuw is een roofdier.

Maar zegt dat feit iets over wat er zou moeten gebeuren? Zou de leeuw de gazelle moeten sparen?

De meeste mensen zeggen nee. Dat is gewoon de natuur. Toch proberen we vaak precies het omgekeerde te doen met onszelf.

We kijken naar hoe de mens is, en proberen daar af te leiden hoe de mens zou moeten leven.

Dit gat tussen die twee ideeën heet de is-ought kloof. In dit artikel duiken we in de wereld van het natuurrecht en ontdekken we waarom deze kloof zo’n groot probleem is voor onze ideeën over rechtvaardigheid.

Wat is de is-ought kloof?

De term ‘is-ought kloof’ komt van de beroemde filosoof David Hume (niet Quine, zoals soms wordt gedacht; Hume was de pionier van dit idee). Hume merkte op dat logisch gezien niet zomaar kunt overstappen van een beschrijving van de werkelijkheid naar een voorschrift voor gedrag.

Het werkt zo:

  • Is: Dit zijn feiten. "De lucht is blauw." "Mensen hebben twee armen." "De zwaartekracht trekt alles naar beneden."
  • Ought: Dit zijn waarden of normen.

    "Je moet de waarheid spreken." "Mensen moeten gelijk behandeld worden." "Je mag niet stelen."

De kloof ontstaat omdat je nooit kunt bewijzen dat de tweede groep (de ‘ought’) automatisch volgt uit de eerste groep (de ‘is’). Je kunt wel zeggen dat iets gebeurt, maar niet dat het goed is dat het gebeurt, alleen omdat het gebeurt. Het is een fundamentele breuk in hoe we redeneren, en het raakt de kern van wat we denken over recht en moraal.

De kern van natuurrecht

Om te begrijpen waarom deze kloof zo’n drama is voor het recht, moeten we kijken naar natuurrecht. Natuurrecht is het idee dat er universele wetten bestaan die niet door mensen zijn bedacht, maar die inherent zijn aan de natuur of aan de menselijke aard.

Stel je voor dat je een klassieke filosoof bent, zoals Aristoteles of John Locke. Je gelooft dat de mens een specifieke natuur heeft. We zijn redelijk, we zijn sociaal en we hebben bepaalde behoeften.

Het natuurrecht zegt: "Omdat de mens nu eenmaal is zoals hij is (redelijk en sociaal), zou onze samenleving zo moeten zijn ingericht dat deze eigenschappen tot bloei komen."

De ‘is’ kant van natuurrecht is dus een beschrijving van de realiteit. Het kijkt naar wat mensen drijft, wat ze nodig hebben om te overleven en hoe de wereld in elkaar zit. De gedachte is dat als we begrijpen hoe de natuur werkt, we daar vanzelf de juiste regels uit kunnen afleiden.

De 'is' kant: Feiten over de mens

Neem het recht op eigendom. Een natuurrecht-denker zoals John Locke keek naar de mens en zag iemand die waarde toevoegt aan de natuur door te werken.

Als jij een stuk grond bewerkt en er appels uit oogst, is dat appeltje door jouw inspanning ontstaan.

Locke concludeerde daarom dat je van nature recht hebt op dat wat je hebt gemaakt. De ‘is’ (jij werkt, jij maakt iets) moet leiden tot de ‘ought’ (jij mag dat bezitten). Deze manier van denken is logisch en intuïtief. We zien het ook in de ecologie vandaag de dag.

Wetenschappers meten dat de planeet opwarmt (een feit, een ‘is’). Daaruit leiden we af dat we de natuur moeten beschermen (een norm, een ‘ought’). Het natuurrecht probeert deze logica toe te passen op menselijke rechten.

Waarom de logica faalt

Hier komt echter het probleem. De is-ought kloof vormt het lastigste vraagstuk in het recht en gooit roet in het eten.

Feiten zijn neutraal; waarden zijn oordeel. Terug naar de leeuw en de gazelle. Het is een feit dat de leeuw de gazelle doodt.

Maar kun je daaruit afleiden dat wij moeten doden? Natuurlijk niet. De natuur toont ons wat is, maar niet wat goed is.

De natuur is vol wreedheid, ziekte en toeval. Als we onze moraal puur baseren op wat de natuur ons vertelt, zouden we accepteren dat de sterkste de zwakste onderdrukt, want dat gebeurt in de dierenwereld constant. Dit is de valkuil van het natuurrecht. Het probeert een brug te bouwen over een kloof die logisch gezien onoverbrugbaar is.

De subjectieve muur

Je kunt feiten verzamelen tot je een ons weegt over hoe de mens in elkaar zit – biologisch, psychologisch, historisch – maar je kunt nooit met pure logica bewijzen dat we moreel verplicht zijn om ons op een bepaalde manier te gedragen, alleen omdat we zo in elkaar steken. Stel je voor dat je zegt: "Mensen zijn van nature hebzuchtig." Laten we aannemen dat dit een feit is (de ‘is’).

Volgt daaruit dat we een samenleving moeten bouwen die hebzucht beloont? Of juist niet? De feiten vertellen het ons niet. De feiten zijn stil over wat we moeten doen.

Om de kloof te vullen, moet je altijd een waarde toevoegen. Je moet zeggen: "Omdat we hebzuchtig zijn, vinden wij het goed om een markteconomie te creëren." Dat ‘vinden wij het goed’ is de ‘ought’.

Het komt niet uit de natuur, maar uit onszelf. Het natuurrecht doet alsof die ‘ought’ uit de natuur komt, maar eigenlijk leggen we die er bovenop.

Pogingen om de kloof te dichten

Veel filosofen hebben geprobeerd dit probleem op te lossen. Ze wilden de logica herstellen en laten zien dat rechten en plichten echt zijn, niet alleen maar meningen.

Een bekende poging is die van de rechtsfilosoof Ronald Dworkin. Hij dacht niet dat we de kloof konden dichten met harde logica, maar met interpretatie. Volgens Dworkin is rechtspraak niet alleen het toepassen van feiten, maar het zoeken naar de beste verklaring voor onze gemeenschappelijke praktijken. We kijken naar wat de maatschappij is (ons rechtssysteem, onze geschiedenis) en proberen daar de beste morele principes uit te destilleren (wat het zou moeten zijn).

Het is een zoektocht naar consistentie, niet een wiskundig bewijs. Een andere benadering is die van de "positieve wetenschap".

Sommige moderne denkers onderzoeken hoe coherentietheorieën de is-ought kloof proberen te dichten door evolutionaire biologie te gebruiken.

Ze zeggen: omdat we evolutionair geprogrammeerd zijn om te samenwerken, moeten we wel samenwerken om te overleven. Hier wordt de ‘ought’ (morele plicht) bijna een ‘is’ (een evolutionair feit). Als je niet samenwerkt, ga je dood, dus je moet wel.

Hoewel dit interessant is, blijft de kloof bestaan. Want zelfs als samenwerken nodig is voor overleving, betekent dat niet dat het moreel goed is.

Het is alleen functioneel. De is-ought kloof blijft een barrière tussen wat nuttig is en wat rechtvaardig is.

Conclusie: Een kloof die we moeten accepteren

Wat betekent dit voor het natuurrecht? Het betekent dat we bescheiden moeten zijn.

We kunnen niet claimen dat onze rechten "natuurwetten" zijn op dezelfde manier als zwaartekracht.

De natuur zelf geeft ons geen handleiding voor rechtvaardigheid. De is-ought kloof leert ons dat waarden niet uit de lucht komen vallen, maar door ons worden gemaakt. Het natuurrecht is daarom niet een vindplaats van feiten, maar een poging om onze waarden te verankeren in iets groters dan onszelf.

Uiteindelijk is de kloof niet iets om bang voor te zijn. Het herinnert ons eraan dat rechtvaardigheid een keuze is. We kijken naar de wereld zoals die is, met al haar feiten en imperfecties, en we besluiten samen hoe we willen dat de wereld zal zijn. Dat is de kracht en de verantwoordelijkheid van het menselijk denken.

Veelgestelde vragen

Wat is precies de is-ought kloof?

De is-ought kloof, bedacht door David Hume, beschrijft de fundamentele moeilijkheid om van een beschrijving van de werkelijkheid (de ‘is’ kant) naar een voorschrift voor gedrag (de ‘ought’ kant) te gaan. Het is niet logisch om simpelweg te concluderen dat iets ‘goed’ is omdat het ‘is’, wat een belangrijke uitdaging vormt voor onze ideeën over recht en moraal.

Hoe verschilt natuurrecht van het simpelweg observeren van de realiteit?

Natuurrecht, zoals geuit door filosofen als Aristoteles en Locke, stelt dat we de menselijke natuur – onze redelijkheid en sociale aard – moeten begrijpen. In plaats van te concluderen dat we iets ‘moeten’ doen op basis van wat er ‘is’, proberen we een samenleving te creëren die deze aangeboren menselijke eigenschappen stimuleert en tot bloei laat komen.

Waarom is het ‘is-ought’ probleem zo belangrijk voor het recht?

Het is-ought probleem laat zien dat het niet mogelijk is om rechtvaardige wetten af te leiden door simpelweg te observeren hoe de wereld in elkaar zit. Het is cruciaal om te onthouden dat het ‘is’ (feiten over de mens) niet automatisch leidt tot het ‘ought’ (waardes of normen), waardoor het een grote uitdaging vormt voor het opbouwen van een rechtssysteem.

Wat is de natuurlijke drogreden en hoe is deze gerelateerd aan de is-ought kloof?

De natuurlijke drogreden is het idee dat we rechtvaardige regels kunnen afleiden uit wat we over de menselijke natuur weten. Echter, deze drogreden negeert de is-ought kloof, omdat het simpelweg het ‘is’ (de feiten over de mens) gebruikt om te concluderen wat het ‘ought’ (wat we zouden moeten doen) is, zonder een logische link te leggen.

Hoe beschreef Hume het is-ought probleem?

David Hume benadrukte dat het logisch onmogelijk is om van feiten (de ‘is’ kant) direct naar waarden of voorschriften (de ‘ought’ kant) te gaan. Hij waarschuwde tegen het idee dat het ‘is’ automatisch het ‘ought’ oplevert, wat een fundamentele beperking vormt in onze redenering over recht en moraal.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over De is-ought kloof in het recht

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is de is-ought kloof en waarom is het het lastigste probleem in het recht
Lees verder →