De is-ought kloof in het recht

Wat Jaap Hage bedoelt met de brug tussen zijn en behoren

Jaap Hage Jaap Hage
· · 6 min leestijd

Ken je dat gevoel? Dat je in je eigen hoofd heel duidelijk bent over wie je bent, maar dat de wereld om je heen iets heel anders van je lijkt te verwachten? Alsof je constant moet kiezen: ben ik mezelf, of pas ik me aan om erbij te horen?

Inhoudsopgave
  1. Waar komt die spanning vandaan?
  2. De kern: zijn versus behoren
  3. De psychologische schade van de brug
  4. Hoe taal de brug versterkt
  5. Van integratie naar inclusie
  6. Conclusie: Een nieuwe kijk op verbinding

De Nederlandse socioloog Jaap Hage heeft hier een scherp concept voor bedacht: de ‘brug tussen zijn en behoren’.

Dit idee, uitgewerkt in zijn boek uit 1993, is vandaag de dag nog steeds extreem relevant. Het legt bloot hoe lastig het is om je identiteit te bewaren in een samenleving die eist dat je je aanpast. In dit artikel duiken we in deze theorie, zonder ingewikkelde jargon, maar met de focus op wat het voor jou betekent.

Waar komt die spanning vandaan?

Om te begrijpen wat Hage bedoelt, moeten we eerst kijken naar de geschiedenis. Het idee van ‘erbij horen’ is namelijk niet zomaar ontstaan; het is een erfenis van het koloniale verleden.

Al sinds de 15e eeuw, en later geïntensiveerd door machten zoals de VOC en de WIC (West-Indische Compagnie), werd er een wereldorde gecreëerd waarin Europa zichzelf als de norm zag.

In deze tijd werden mensen in koloniën systematisch als ‘de ander’ bestempeld. Ze werden gezien als minder beschaafd, minder slim en minderwaardig. Dit idee van ‘andersheid’ is niet zomaar verdwenen; het zit verweven in onze huidige samenleving.

De koloniale erfenis in het nu

Hage laat zien hoe deze historische context de basis legt voor de manier waarop we vandaag de dag nog steeds denken over ras, cultuur en afkomst. De druk om te voldoen aan een blanke, westerse norm is een direct gevolg van deze geschiedenis.

Denk aan de manier waarop culturen vroeger werden beoordeeld. lokale gebruiken werden niet gezien als waardevol, maar als iets wat ‘gecorrigeerd’ moest worden door Europese normen. Dit creëerde een diepgeworteld gevoel van niet-behooren bij mensen die niet voldeden aan die norm. Hage betoogt dat dit collectieve trauma nog steeds invloed heeft op de psychologie van mensen met een migratieachtergrond vandaag de dag.

De kern: zijn versus behoren

Hage bouwt voort op het werk van de beroemde socioloog Erving Goffman, die de wereld vaak zag als een toneelstuk.

  • Zijn: Dit is wie je van binnen bent. Het is je persoonlijke identiteit, je cultuur, je taal, je overtuigingen en hoe je jezelf ziet. Dit is authentiek en persoonlijk.
  • Behoren: Dit is wat de maatschappij van je verwacht. Het zijn de ongeschreven regels, de normen en waarden waaraan je moet voldoen om geaccepteerd te worden. Het is de druk om ‘erbij te horen’.

In dit metafoor spelen we allemaal een rol. Hage splits dit op in twee delen: De ‘brug’ tussen deze twee is het probleem. Wanneer je ‘zijn’ (wie je echt bent) botst met wat er van je ‘behoort’ (wat de samenleving eist), ontstaat er een innerlijke strijd.

Je kunt deze brug niet zomaar overlopen; het is een constante spanning. Stel je voor: je groeit op met een bepaalde thuiscultuur die warm en uitbundig is, maar je komt in een werkomgeving waarin emotie tonen als ‘onprofessioneel’ wordt gezien.

Het conflict ontstaat

Of je hebt een accent dat niet matcht met de ‘standaardtaal’ die nodig is om serieus genomen te worden.

Dat gevoel van ‘ik moet mezelf aanpassen om gezien te worden’, dat is precies waar Hage het over heeft. Het is geen vrije keuze; het is een druk die vanuit de samenleving wordt opgelegd.

De psychologische schade van de brug

Die constante spanning tussen zijn en behoren heeft een prijs. Hage noemt dit ‘schade’.

Het is niet zomaar even vervelend zijn; het is een diepgaand gevoel van onzekerheid, schaamte en onwaardigheid.

Deze schade is niet alleen mentaal, maar ook fysiek merkbaar. Hage verwijst hier naar inzichten van experts op het gebied van trauma, zoals Bessel van der Kolk. Langdurige stress door discriminatie en uitsluiting zorgt ervoor dat het lichaam in een staat van alarm blijft.

Dit leidt vaker tot psychische problemen zoals depressie, angst en een verlaagd zelfbeeld. Het is een vicieuze cirkel: hoe meer je je moet aanpassen, hoe minder je jezelf voelt, en hoe meer schade je oploopt. Belangrijk om te weten: dit is niet alleen een persoonlijk probleem. Hage benadrukt dat deze schade collectief is.

Een collectief probleem

Groepen mensen die systematisch worden buitengesloten, dragen deze last samen. Toch wordt er vaak gedaan alsof het aan het individu ligt – alsof je je maar gewoon ‘moet aanpassen’.

Hage draait dit om: het is niet het individu dat faalt, maar de samenleving die geen ruimte biedt voor diversiteit.

Hoe taal de brug versterkt

Een krachtig middel in dit hele proces is taal. Hage, geïnspireerd door filosoof Michel Foucault, laat zien hoe we via logische taalgebruiken in het recht ‘andersheid’ definiëren.

De manier waarop kranten, tv-programma’s en sociale media praten over migranten of minderheden, bepaalt hoe zij worden gezien. Woorden kunnen normaal maken wat eigenlijk raar is. Bijvoorbeeld: als taal voortdurend ‘de ander’ associeert met problemen of criminaliteit, dan versterkt dit het idee dat deze groep niet ‘behoort’ bij de veilige samenleving.

Discours (hoe we praten over dingen) creëert een kader waarin afwijking van de norm als bedreiging wordt gezien.

Zo wordt de brug tussen zijn en behoren nog moeilijker te overbruggen.

Van integratie naar inclusie

Wat nu? Hage’s theorie heeft concrete gevolgen voor hoe we omgaan met integratie.

Traditioneel gezien wordt integratie vaak gezien als een eenrichtingsverkeer: de minderheidsgroep moet zich aanpassen aan de dominante cultuur.

Dit wordt ook wel assimilatie genoemd. Volgens Hage is dit een doodlopende weg, omdat het het ‘zijn’ van mensen kapotmaakt. In plaats daarvan pleit Hage voor inclusie.

Praktische voorbeelden

Inclusie gaat veel verder dan alleen toelaten. Het betekent dat de samenleving ruimte maakt voor verschillende identiteiten zonder dat die hoeven te veranderen.

Het gaat erom dat mensen zich veilig voelen om zichzelf te zijn, zonder constant die brug te hoeven bouwen. Een inclusieve benadering betekent bijvoorbeeld dat scholen niet alleen de taal leren, maar ook de culturele achtergrond van leerlingen waarderen. Het betekent in de werkplek ruimte laten voor verschillende communicatiestijlen. Het gaat erom te erkennen dat de ‘norm’ niet de enige juiste is. Het vraagt om het afbreken van structurele barrières, zoals vooroordelen in sollicitatieprocedures, in plaats van te eisen dat de sollicitant zich volledig aanpast.

Conclusie: Een nieuwe kijk op verbinding

Jaap Hage’s ‘brug tussen zijn en behoren’ is een heldere lens waardoor we de complexiteit van onze samenleving kunnen bekijken. Het laat zien dat de spanning die veel mensen voelen tussen hun identiteit en de maatschappelijke druk geen persoonlijk falen is, maar een gevolg van institutionele feiten en structurele mechanismen.

De theorie daagt ons uit om na te denken over hoe we praten over ‘de ander’ en hoe we ruimte maken voor diversiteit. De oplossing ligt niet in het harder werken om die brug te overleven, maar in het veranderen van de samenleving zodat die brug niet meer nodig is. Het gaat erom een omgeving te creëren waarin iedereen kan ‘zijn’ zonder dat ze zich constant hoeven te bewijzen dat ze ‘behoren’, mede door te kijken naar hoe coherentietheorieën de is-ought kloof dichten.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over De is-ought kloof in het recht

Bekijk alle 38 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is de is-ought kloof en waarom is het het lastigste probleem in het recht
Lees verder →