Is-ought en maatschappelijke vraagstukken

Is-ought en gezondheidszorgrecht: van medische noodzaak naar juridische aanspraak

Jaap Hage Jaap Hage
· · 7 min leestijd

Stel je voor: je bent ziek. Je hebt pijn, je bent moe, en je weet dat je hulp nodig hebt.

Inhoudsopgave
  1. Wat is het Is-Ought probleem?
  2. De historische basis: van medische noodzaak naar recht
  3. De uitdagingen van medische noodzaak
  4. Preventie: de moeilijke juridische aanspraak
  5. Sociale rechtvaardigheid en verdeling
  6. Juridische implicaties en beleidskeuzes
  7. De toekomst: van feit naar recht

In ons hoofd is het vaak simpel: als je ziek bent (is), dan moet je geholpen worden (ought). Helaas werkt de echte wereld van de gezondheidszorg en het recht niet zo simpel. Het gat tussen wat er is (een medische diagnose) en wat er zou moeten zijn (een juridische aanspraak op zorg) is groot en vol valkuilen. Dit artikel duikt in die kloof en legt uit hoe we van een medische noodzaak een recht op zorg maken.

Wat is het Is-Ought probleem?

Om dit te begrijpen, moeten we even terug naar de filosofie. De term "Is-Ought probleem" komt van de Schotse filosoof David Hume. Hij merkte op dat je uit een beschrijving van feiten (wat is) niet zomaar kunt afleiden wat je moreel zou moeten doen (wat ought te zijn).

Neem een simpel voorbeeld uit de zorg: Op het eerste gezicht lijkt dit logisch.

  • Is: Een patiënt heeft een gebroken been.
  • Ought: De patiënt moet een gipsverband krijgen.

Maar juridisch gezien is er een denkfout gemaakt. Het feit dat iemand een gebroken been heeft, is een medische observatie.

De kloof tussen medisch en juridisch

Het is geen automatisch recht. Om te zeggen dat iemand recht heeft op gips, moet je een waardeoordeel toevoegen: "Mensen verdienen zorg ongeacht hun situatie." Zonder dat extra stapje (dat morele oordeel), blijft het bij een feitelijk constatering. In de gezondheidszorg gaat het vaak mis bij de vertaalslag van diagnose naar behandeling.

Artsen werken met feiten: symptomen, testuitslagen en prognoses. Maar zodra we praten over rechten, betreden we een juridisch en moreel domein.

Een diagnose is geen factuur die de maatschappij automatisch moet betalen. Er moet een juridisch kader zijn dat zegt: "Deze zorg is verplicht." De uitdaging voor het gezondheidszorgrecht is om die kloof te dichten. Hoe zorgen we ervoor dat de medische feiten (is) automatisch leiden tot een juridische plicht (ought)?

De historische basis: van medische noodzaak naar recht

Vroeger was de toegang tot zorg simpel: als een arts zei dat er een medische noodzaak was, kreeg de patiënt zorg. Dit was gebaseerd op vertrouwen en vakmanschap.

Maar de moderne zorg is complexer en duurder. Daarom is de focus verschoven van informele noodzaak naar formele rechten.

In Nederland kennen we de Wet Basisvoorzieningen (WBO) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze wetten proberen de "ought" vast te leggen in wetgeving. Ze zeggen: "Iedereen heeft recht op basiszorg." Maar in de praktijk blijft de medische noodzaak de belangrijkste poortwachter.

Een arts moet bevestigen dat zorg nodig is voordat de verzekering betaalt. Dit creëert een systeem waarin de medische diagnose de sleutel is tot de juridische aanspraak. Een bekend voorbeeld uit de Amerikaanse geschiedenis is de zaak Prince v. Massachusetts uit 1944 (hoewel de concepttekst 1977 noemt, is de impact groter in de jaren 40).

Hier oordeelde het hooggerechtshof dat de staat een kind kan beschermen tegen gevaar, zelfs als de ouders dat niet willen.

Dit legde de basis voor het idee dat de staat een plicht heeft (ought) om medische zorg te garanderen, boven individuele voorkeuren uit. In Nederland is dit idee verankerd in de grondwet en diverse wetten, al is het geen expliciet recht op "volledige" gezondheid, maar op "toegankelijke" zorg.

De uitdagingen van medische noodzaak

Het grote probleem met "medische noodzaak" is dat het vaag is. Wat is noodzakelijk?

Subjectiviteit en kosten

Is een dure kankerbehandeling die maar 5% kans op overleving geeft, noodzakelijk? Is fysiotherapie voor rugklachten noodzakelijk of een luxe? De definitie van noodzaak verschilt per persoon en per tijd. Een arts in een rijke wijk kan andere "noodzakelijke" behandelingen voorstellen dan een arts in een achterstandswijk.

Bovendien worden beslissingen beïnvloed door geld. De kosten van de zorg stijgen enorm, terwijl de middelen beperkt zijn.

Dit dwingt ons om keuzes te maken. Is een behandeling "noodzakelijk" als er geen geld voor is?

Hier botst het "is-ought" principe hard. Het feit dat iemand ziek is (is), betekent niet dat er oneindig geld is voor behandeling (ought). We moeten dus een grens trekken. Die grens is niet medisch, maar maatschappelijk, wat ook sterk naar voren komt in de normatieve discussies over euthanasie.

Preventie: de moeilijke juridische aanspraak

Een ander pijnpunt is preventieve zorg. Denk aan vaccinaties, screenings of leefstijlcoaching.

  • Is: De patiënt heeft (nog) geen diabetes.
  • Ought: De patiënt moet een screening krijgen om diabetes te voorkomen.

Preventie is vaak goedkoper op de lange termijn dan genezing. Toch is het juridisch lastig om een aanspraak te baseren op iets dat niet gebeurt. De juridische logica hapert hier. Een aanspraak op zorg is meestal reactief (ik ben ziek, ik heb recht op hulp). Preventie is proactief.

Toch is het vanuit maatschappelijk oogpunt noodzakelijk om te investeren in preventie om de zorg betaalbaar te houden. De uitdaging is om deze maatschappelijke "ought" om te zetten in een juridisch afdwingbaar recht.

Sociale rechtvaardigheid en verdeling

Het is-ought probleem in het sociale zekerheidsrecht wordt nog ingewikkelder als we kijken naar sociale rechtvaardigheid.

Stel, twee mensen hebben dezelfde medische aandoening (een feitelijk "is"). Hebben ze dan beide evenveel recht op zorg? In een ideaalbeeld wel.

In de praktijk spelen factoren als inkomen, opleiding en woonplaats een rol. De Nederlandse Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) is hier een goed voorbeeld.

De Wet Verbetering GGZ (Wvggz) probeert niet alleen medische noodzaak te regelen, maar ook de sociale context.

De rol van de overheid

Een patiënt met psychische klachten heeft vaak niet alleen medicijnen nodig, maar ook hulp bij wonen en werken. Hier wordt de "ought" breder getrokken: zorg moet niet alleen genezen, maar ook integreren in de maatschappij. De overheid moet beslissen hoe de taart wordt verdeeld. Moet geld naar dure weesgeneesmiddelen voor een kleine groep, of naar basiszorg voor de massa?

Dit is een politieke keuze, geen medische. Het "is" (de ziekte) zegt niets over hoe de overheid haar budget moet besteden. Die keuze is een moreel oordeel.

Juridische implicaties en beleidskeuzes

Om de kloof tussen medische noodzaak en juridische aanspraak te dichten, moeten beleidsmakers slimme keuzes maken. Het gaat niet alleen om geld, maar om principes. Hier zijn drie belangrijke beleidsrichtingen die voortkomen uit het is-ought denken in de juridische beschermingsplicht:

  1. Universele toegankelijkheid: Het idee dat iedereen, ongeacht inkomen, recht heeft op basiszorg. Dit betekent dat de verzekering premie moet zijn naar draagkracht, niet naar risico.
  2. Prioritering: Omdat niet alles kan, moeten we keuzes maken. Welke zorg is "basis" en welke is "luxé"? Dit wordt in Nederland bijvoorbeeld besproken in de deliberatieve forums van het Zorginstituut.
  3. Regulering: De overheid moet ingrijpen in de markt. Zonder regulering worden medicijnen en behandelingen te duur, waardoor de juridische aanspraak op papier wel bestaat, maar in de praktijk onhaalbaar wordt.

De toekomst: van feit naar recht

De gezondheidszorg verandert snel. Door vergrijzing en nieuwe technologieën (zoals AI en genetica) worden we steeds beter in het beschrijven wat er is (de feiten).

Maar de vraag wat we moeten doen met die kennis, wordt alleen maar complexer. Neem bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen die miljoenen kosten. Het feit dat ze bestaan (is), betekent niet automatisch dat de verzekering ze moet vergoeden (ought).

Een nieuwe blik op zorgrecht

De juridische aanspraak moet constant worden bijgesteld op basis van nieuwe medische inzichten en economische realiteiten.

De toekomst van het gezondheidszorgrecht ligt in het expliciet maken van de morele oordeelsvorming. We moeten stoppen met doen alsof medische noodzaak een objectief, neutraal gegeven is. Het is een waardeoordeel.

Door dit te erkennen, kunnen we eerlijker discussies voeren over wat we wel en niet kunnen betalen. Uiteindelijk gaat het erom dat we een systeem bouwen dat niet alleen reageert op ziekte, maar ook werkt aan gezondheid.

Dat betekent dat we de "ought" – de morele plicht om voor elkaar te zorgen – centraal stellen, in plaats van te vertrouwen op de kille feiten van de medische standaard.

De overgang van medische noodzaak naar juridische aanspraak is dus geen technisch probleem, maar een moreel avontuur. Het vraagt om moedige keuzes en een heldere visie op wat gezondheid waard is voor onze maatschappij.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over Is-ought en maatschappelijke vraagstukken

Bekijk alle 15 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe de is-ought kloof speelt in de stikstofcrisis: van wetenschappelijk feit naar juridische norm
Lees verder →