Is-ought en maatschappelijke vraagstukken

Is-ought in het sociale zekerheidsrecht: van armoedecijfers naar toereikendheidseis

Jaap Hage Jaap Hage
· · 5 min leestijd

Stel je voor: je krijgt een uitkering omdat de cijfers zeggen dat je arm bent. Maar ben je daarmee ook geholpen? De rekening voor de zorgverzekering wordt niet lager van een armoedecijfer en de eenzaamheid verdwijnt niet door een spreadsheet.

Inhoudsopgave
  1. De kloof tussen feit en rechtvaardigheid
  2. De praktijk: armoedecijfers als graadmeter
  3. De toereikendheidseis: wat moet er gebeuren?
  4. De uitdaging: van meten naar verantwoorden
  5. Toekomstperspectief: een nieuwe kijk op zekerheid

Het sociale zekerheidsrecht draait vaak om de is: de feitelijke situatie zoals die nu eenmaal is.

Maar het gaat eigenlijk veel meer om de ought: wat zou er moeten gebeuren om een menswaardig bestaan mogelijk te maken? Dit artikel duikt in de kloof tussen wat is en wat zou moeten zijn, en hoe we van harde cijfers kunnen komen naar een echte toereikendheidseis.

De kloof tussen feit en rechtvaardigheid

In de filosofie is er een oud idee dat feiten en waarden twee verschillende werelden zijn. Je kunt wel zien dat iemand honger heeft (een feit), maar daaruit volgt niet automatisch dat je hem eten moet geven (een waarde of plicht). In het recht heet dit het is-ought probleem.

In het sociale zekerheidsrecht zie je dit elke dag terug. De overheid verzamelt gigantische hoeveelheden data: inkomen, huishoudsamenstelling, woonlasten en gezondheid.

Dit is de is. Op basis van deze feiten worden wetten geschreven en uitkeringen vastgesteld.

Maar de vraag of dit bedrag genoeg is voor een fatsoenlijk leven, is een ought-vraag. Het is een morele afweging die niet altijd even scherp terugkomt in de harde cijfers. De focus ligt vaak te veel op het meten van problemen in plaats van het oplossen ervan.

De praktijk: armoedecijfers als graadmeter

Om te bepalen wie recht heeft op welke steun, kijken we naar indicatoren.

Een bekende is de Geldmaat, een maatstaf voor de financiële draagkracht van een huishouden. Deze cijfers, vaak gegenereerd door instanties zoals het Trimbos-instituut of het CBS, vormen de basis voor toeslagen en uitkeringen. Het idee is simpel: als de Geldmaat laag is, is er behoefte aan steun.

Waarom cijfers tekortschieten

Zo bepaalt de Belastingdienst bijvoorbeeld de hoogte van de Zorgtoeslag of de Huurtoeslag. Dit systeem is gebaseerd op de is: wat staat er op de bankrekening en wat zijn de vaste lasten?

Hoewel cijfers objectief lijken, hebben ze een blinde vlek. Een laag inkomen is makkelijk te meten, maar armoede is veel meer dan dat.

Denk aan sociale isolatie, stress door schulden of een gebrek aan kansen om mee te doen in de maatschappij. Deze zachte factoren zijn moeilijker in een spreadsheet te vangen, maar bepalen wel de kwaliteit van leven. Een ander probleem is dat cijfers vaak een momentopname zijn. Ze laten niet zien hoe dynamisch iemands leven is.

Een plotselinge ziekte of een echtscheiding verandert alles, maar de uitkering loopt vaak pas later bij. De is van vandaag is morgen alweer anders, maar de ought – de behoefte aan zekerheid – blijft constant.

De toereikendheidseis: wat moet er gebeuren?

Hier komt de ought in het spel: de toereikendheidseis. Dit is het idee dat een uitkering niet alleen gebaseerd moet zijn op wat er op dit moment op de rekening staat, maar op wat nodig is om rond te komen, een vraagstuk waarbij de is-ought kloof pijnlijk zichtbaar werd in de toeslagenaffaire.

Het gaat om een redelijk levensonderhoud. De discussie over de toereikendheidseis is actueler dan ooit, zeker wanneer we kijken naar hoe de is-ought kloof in het euthanasiedebat doorklinkt in onze rechtsnormen. Neem bijvoorbeeld de AOW (Algemene Ouderdomswet).

De hoogte van de AOW is wettelijk vastgelegd, maar de vraag is of dit bedrag toereikend is voor de stijgende kosten van energie, zorg en boodschappen.

Meer factoren dan alleen geld

Activisten en belangenorganisaties pleiten voor een hogere basisuitkering, niet omdat de cijfers dat per se aantonen, maar omdat het moreel gezien nodig is voor een waardig bestaan. Deze eis verandert de focus van ‘wat is het minimuminkomen?’ naar ‘wat is een menswaardig bestaan?’. Het is een verschuiving van rekenen naar reflectie.

Om de toereikendheidseis serieus te nemen, moeten we kijken naar meer dan alleen inkomen. Factoren zoals leeftijd, gezondheid en woonplaats spelen een enorme rol.

Een chronisch zieke heeft vaak hogere kosten dan iemand die gezond is, zelfs met hetzelfde inkomen.

Ook de regio maakt uit. In Amsterdam is een woning veel duurder dan in een dorp in Drenthe. Een uniform bedrag voor iedereen is dus niet eerlijk. De ought vraagt om maatwerk en differentiatie op basis van persoonlijke omstandigheden.

De uitdaging: van meten naar verantwoorden

Het integreren van de ought in een systeem dat gebaseerd is op de is, is lastig. Het sociale zekerheidsrecht is een log systeem vol regels en voorschriften.

Toch is er een trend gaande waarin data-analyse en ethiek samenkomen. De overheid probeert steeds meer data te gebruiken om te voorspellen waar knelpunten ontstaan.

De rol van beleid en wetgeving

Maar hier schuilt een gevaar. Als we te veel vertrouwen op algoritmes, kunnen we de menselijke maat uit het oog verliezen. Een algoritme ziet een getal, geen mens.

De kunst is om technologie te gebruiken om beter te begrijpen wat er nodig is, zonder de morele afweging uit te besteden aan een computer. Om de overgang van armoedecijfers naar een toereikendheidseis te maken, is beleid nodig dat ruimte laat voor interpretatie. Wetten moeten niet alleen voorschrijven hoe een berekening wordt gemaakt, maar ook ruimte bieden voor een individuele afweging. Organisaties zoals de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en uitkeringsinstanties zoals UWV spelen hierbij een cruciale rol.

Zij moeten niet alleen controleren of iemand recht heeft op een uitkering (de is), maar ook of de uitkering toereikend is (de ought).

Dit vereist een cultuurverandering: van streng controleren naar helpend faciliteren.

Toekomstperspectief: een nieuwe kijk op zekerheid

De toekomst van het sociale zekerheidsrecht ligt in het verbinden van feiten en waarden. We moeten stoppen met denken dat armoedecijfers de waarheid zijn.

Ze zijn slechts een hulpmiddel. De echte uitdaging is om te bepalen wat een goed leven is en hoe we dat kunnen garanderen. Dit betekent dat we de ought centraal stellen in discussies over de bijstand, de WIA en de AOW.

Het gaat niet alleen om de hoogte van de premies, maar om de kwaliteit van het leven van burgers.

Uiteindelijk gaat het sociale zekerheidsrecht over mensen, niet over getallen. Door de kloof tussen is en ought te overbruggen, kunnen we een systeem bouwen dat niet alleen reëel is, maar ook rechtvaardig. En dat is precies wat we nodig hebben.


Jaap Hage
Jaap Hage
Hoogleraar Rechtsfilosofie en Juridische Argumentatie

Jaap Hage is een gerenommeerd hoogleraar in de rechtsfilosofie aan de Universiteit Maastricht.

Meer over Is-ought en maatschappelijke vraagstukken

Bekijk alle 15 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe de is-ought kloof speelt in de stikstofcrisis: van wetenschappelijk feit naar juridische norm
Lees verder →