Ken je dat gevoel? Je kijkt naar een schoolsysteem dat op papier draait, maar er knaagt iets.
▶Inhoudsopgave
De cijfers zijn misschien net acceptabel, maar klopt het plaatje wel echt? Dit gevoel heeft vaak te maken met de manier waarop we naar feiten kijken. In de filosofie is er een beroemde scheiding tussen wat is en wat zou moeten zijn.
In het onderwijs is dit een krachtig idee. Het helpt ons om te stoppen met alleen maar tellen en te beginnen met begrijpen.
Het zorgt ervoor dat we niet alleen kijken naar droge cijfers, maar naar de verantwoordelijkheid die scholen hebben voor hun leerlingen. Dit artikel legt uit hoe deze denkwijze werkt en hoe hij de zorgplicht in het onderwijs versterkt.
Wat is de is-ought redenering?
Stel je voor dat je een thermometer vasthoudt. Hij geeft 37 graden aan.
Dat is de feitelijke situatie, de is. Je kunt hieruit niet zomaar concluderen dat het goed is of dat het slecht is.
Het is simpelweg een feit. De filosoof David Hume zei ooit dat je nooit zomaar kunt overschakelen van feiten (wat is) naar normen (wat moet). Je kunt niet zeggen: "Dit is de situatie, dus dit is hoe het hoort."
John Stuart Mill voegde hier later een praktische draai aan toe. Hij stelde dat we weliswaar geen logische brug kunnen slaan van feit naar norm, maar dat we wel kunnen kijken naar gevolgen.
Wat levert het op als we handelen op een bepaalde manier? In het onderwijs betekent dit dat we niet blindelings af mogen gaan op wat de cijfers ons vertellen. We moeten onderzoeken wat de feiten betekenen voor de toekomst van de leerling. Is de huidige situatie wenselijk? Zo nee, wat moeten we eraan doen?
De realiteit van leerresultaten: Wat is er echt aan de hand?
Laten we eerlijk zijn: onderwijs wordt vaak gemeten aan de hand van harde cijfers.
Examenscores, slagingspercentages en gemiddelde punten. Dit is de is. Een school kan trots zijn op een 7,2 als gemiddelde, maar wat zegt dat eigenlijk? De is-ought benadering vraagt om dieper te kijken.
Een 7,2 is een feit, maar is dit genoeg? Zou het niet beter moeten? En vooral: waarom is het zo?
Als we alleen naar het cijfer kijken, missen we het verhaal erachter.
Misschien doen de leerlingen het goed op toetsen, maar missen ze praktische vaardigheden. Misschien presteren ze goed omdat de toetsen te makkelijk zijn. Of misschien zijn er groepen leerlingen die onder de radar blijven.
Een school die alleen focust op de feitelijke cijfers, loopt het risico te vergeten wat het echte doel is: het ontwikkelen van talent. De ought, ofwel het ideaal, is dat elke leerling zich maximaal ontwikkelt.
Van correlatie naar oorzaak
Als de feitelijke situatie (de cijfers) niet overeenkomt met dit ideaal, moet het systeem worden aangepast. Het gaat er niet om dat een cijfer omhooggaat, maar om de kwaliteit van het leren zelf. Een veelgemaakte fout in het onderwijs is het verwarren van correlatie met oorzaak.
Stel, een school investeert in nieuwe laptops en de resultaten gaan omhoog.
Conclusie: laptops zorgen voor betere cijfers. Maar klopt dat? Met de is-ought logica kijken we scherper.
Misschien gingen de resultaten omhoog omdat er tegelijkertijd een nieuwe, betere docent kwam.
Of omdat de schooldruk verlaagd werd. De feitelijke situatie (meer laptops en betere cijfers) zegt niet automatisch wat de goede volgende stap is. Het dwingt ons om de werkelijke oorzaken te ontdekken. Pas als we weten waarom iets gebeurt, kunnen we beslissen wat we moeten doen om het te verbeteren.
Zorgplicht: Wat moet een school doen?
De term zorgplicht komt in het onderwijs steeds vaker terug. Het is wettelijk vastgelegd, maar de is-ought kloof in juridische normering geeft er een morele lading aan.
De is is dat scholen een taak hebben om leerlingen te begeleiden. De ought is dat ze deze taak actief en met overtuiging moeten invullen.
Het gaat hier niet alleen om het voorkomen van uitval, maar om het actief bevorderen van succes. Een school die zegt: "Wij hebben geen problemen met leerlingen", kijkt alleen naar de feitelijke afwezigheid van problemen. Een school die denkt in termen van is-ought, vraagt zich af: "Hoe zorgen we ervoor dat elke leerling floreert?" Dit betekent dat scholen verder moeten kijken dan de klas.
Ze moeten signalen oppikken. Als een leerling ineens minder presteert (een feitelijke verandering), is de zorgplicht om te achterhalen waarom.
Is er sprake van problemen thuis? Loopt de leerling vast op de lesstof? De ought is hier dat de school ingrijpt en ondersteunt, niet alleen omdat het moet, maar omdat het de verantwoordelijkheid is voor de ontwikkeling van de leerling.
De praktijk: Hoe pas je dit toe?
Hoe ziet deze denkwijze er in de praktijk uit? Het begint met het stellen van de juiste vragen.
In plaats van te vragen: "Wat is het gemiddelde cijfer?", vraag je: "Voldoet dit gemiddelde aan onze standaarden voor excellentie?" Laten we een voorbeeld nemen uit de praktijk. Stel, een middelbare school ziet dat het aantal leerlingen dat eindexamen doet in de profielen Natuur en Techniek achterblijft.
De feitelijke situatie is een lage instroom. De school zou kunnen denken: "Het is nu eenmaal zo dat minder meisjes voor Natuur en Techniek kiezen." Dat is een droge constatering.
De is-ought benadering in de rechtsfilosofie vraagt meer. Het ideaal (ought) is een evenwichtige verdeling waarin iedereen zijn talenten kan volgen.
Om dit te bereiken, moet de school onderzoeken waarom de instroom laag is. Is het de voorlichting? Zijn het de vakken zelf? Zijn het rolmodellen? Door deze vragen te stellen, kom je van een passieve constatering naar een actieve oplossing.
De school moet dan beleid maken om deze trend te keren, niet omdat het toevallig zo uitkomt, maar omdat het de gewenste situatie is. Scholen verzamelen tegenwoordig enorm veel data.
Data als kompas, niet als meetlat
Van aanwezigheid tot digitale voortgang. De is-ought logica leert ons hoe we deze data moeten gebruiken. Data is geen meetlat om scholen te vergelijken, maar een kompas voor de zorgplicht.
Neem de cijfers van de Onderwijsinspectie. Die laten zien dat scholen soms tekortschieten in persoonlijke ontwikkeling.
Een school die alleen naar deze cijfers kijkt, probeert de score te verbeteren. Een school die denkt in is-ought, gebruikt de cijfers als startpunt voor een gesprek. Wat betekent deze score voor onze leerlingen?
Hoe kunnen we onze zorgplicht beter invullen? Het gaat niet om het getal, maar om de betekenis erachter.
Uitdagingen bij het toepassen
Natuurlijk, deze aanpak is makkelijker gezegd dan gedaan. Het implementeren van een is-ought mindset vraagt om een cultuurverandering. Het vereist moed.
Het is makkelijker om te roepen "we halen een 7,2" dan om te zeggen "we moeten harder werken omdat het ideaal nog niet bereikt is". Een grote uitdaging is de tijd en middelen. Het diepgaand analyseren van leerprocessen kost tijd.
Docenten moeten worden getraind in het interpreteren van data en het signaleren van problemen.
Dit is een investering. Maar de kosten van het niet doen zijn hoger. Leerlingen die vastlopen en de school verlaten zonder diploma, dat is de echte prijs.
Een andere uitdaging is de complexiteit. Leerresultaten worden beïnvloed door honderden factoren: thuissituatie, gezondheid, motivatie, en nog veel meer.
De is-ought redenering dwingt ons om deze complexiteit niet te negeren, maar te omarmen.
We moeten accepteren dat er geen simpele knoppen zijn om te draaien. Het vraagt om een holistische blik.
Conclusie: Een verantwoordelijkheid voor de toekomst
De is-ought redenering in het maatschappelijk debat is meer dan filosofisch geneuzel. Het is een praktisch hulpmiddel voor het onderwijs.
Het helpt ons om de kloof te dichten tussen wat er is en wat er zou moeten zijn. Het zorgt ervoor dat we niet tevreden zijn met het minimum, maar streven naar excellentie voor elke leerling. Door te kijken naar feiten en deze te toetsen aan een ideaal, ontstaat er een scherpere zorgplicht.
Scholen worden verantwoordelijk gehouden niet alleen voor de cijfers, maar voor de ontwikkeling van de mens.
Het is een oproep aan iedereen in het onderwijs: kijk naar wat is, maar laat je leiden door wat zou moeten zijn. Alleen dan leveren we echt waarde.